De schaduw van het repetitieve: Big Bird
Focus op Domenico Battista, Thomas Downing & Olivier Mosset
Big Bird (Homage to Caroll Spinney) is een opzet van John M Armleder en verzamelt het werk van drie kunstenaars die net als hijzelf abstract schilderen, maar allemaal verschillend zijn. Ze werken met geometrie, optische effecten, repetitie. Voor deze ongeziene tentoonstelling worden de schilderijen op een bijzondere manier tegenover elkaar geplaatst. Als een experimentele totaalervaring die de grenzen zelf van het kunstwerk wil aftasten.
Wat is de bedoeling van deze tentoonstelling?
In tegenstelling tot None of the Above, All of the Above of de tentoonstelling in de auto’s van Team 404, die we voor It Never Ends opnieuw bewerkten, is Big Bird (Homage to Caroll Spinney) een geheel nieuwe creatie. We stelden voor aan drie kunstenaars – Domenico Battista, Thomas Downing en Olivier Mosset – om gelijkaardige schilderijen naast elkaar te zetten en zo iets te creëren dat op één enkel schilderij lijkt. Het uiteindelijke geheel vormt een ecosysteem: de twee evenwijdige muren met links de werken van Domenico Battista en rechts die van Olivier Mosset, leiden naar het schilderij van Thomas Downing, dat centraal is neergezet.
Hoe heb je gekozen welke kunstenaars je zou uitnodigen voor Big Bird?
Ik ben altijd al fan geweest van het werk van Thomas Downing. Hij is niet echt bekend in Europa, maar door een bijzonder gelukkig toeval wordt zijn werk getoond in een Brusselse galerie, Sorry We’re Closed. Downing was goed bevriend met Kenneth Noland en heeft banden met de school van Washington. Aan het einde van de jaren 1950 schilderde hij al met stippen, net zoals heel wat andere kunstenaars, onder wie ikzelf en een aantal mensen die ik erg bewonder. Ik houd echt van zijn schilderijen en ik ben heel blij dat we er een hebben kunnen vinden. Het is interessant dat Downing – die er niet meer is – helemaal niet betrokken is bij het concept van de tentoonstelling. Ik ken Olivier Mosset al lange tijd en we hebben in het verleden samen aan andere tentoonstellingen gewerkt die de auteur van de werken en de tentoonstelling in vraag stelden.
Zou je kunnen beschrijven hoe je dit project voor je zag?
Het schilderij van Domenico Battista is een reflectie van de tentoonstelling zelf, in die zin dat het ook bestaat uit kleine stroken kleur: vanuit formeel standpunt lijkt het alsof er in ieder detail van het voorstel een element van het geheel vervat zit. Elk van die elementen verwijst naar een principe dat vergelijkbaar is, maar tegelijk toch net een tikkeltje anders. Bij Downing zijn de stippen een terugkerend element. De monochromieën van Mosset grijpen terug naar de afwezigheid van een onderwerp, van een decoratie. Hetzelfde geldt voor de stroken van Battista. Het interessante hier is dat het geheel uitstijgt boven de individuele stukken, die kunnen doen denken aan optische schilderkunst. Het doet het effect van het spel met visuele perceptie teniet en komt met iets nieuws.
Net als heel wat andere tentoonstellingen die je hebt georganiseerd, heeft Big Bird een ambigu statuut: ergens tussen expositie, installatie en zelfs kunstwerk in…
Wat mij interesseert aan het naast elkaar zetten van deze schilderijen, is dat je van meerdere schilderijen één maakt. Er zijn doorheen de geschiedenis nog voorbeelden van dit soort werk bekend. Neem nu Shadows van Andy Warhol. Dat stuk uit 1978, in opdracht van de Dia Foundation (New York), bestaat uit meer dan 100 quasi abstracte doeken. Ze zijn gemaakt in zeefdruk en zijn rondom de hele tentoonstellingsruimte naast elkaar gezet. Ik heb dat werk al meerdere keren gezien en het interessante eraan is dat het aantal schilderijen varieert volgens de grootte van de ruimte. Ik houd erg van dat idee, dat je elementen uit een werk kunt halen in functie van de context. Big Bird gaat op zoek naar dat moment waarop het schilderij als autonoom werk, dat op zichzelf kan staan, verdwijnt en opgaat in het grotere geheel. In ons hoofd gebeurt dat constant… De tentoonstelling leidt je blik af van een reeks schilderijen die zichzelf herhalen of op een repetitieve manier zijn neergezet, naar een schilderij dat zelf ook berust op de herhaling van eenzelfde motief. Het voorstel creëert dus een tweeledig evenement, te vergelijken met de ervaring die je krijgt als je een monochromie maakt: elk element wordt geïnterpreteerd en door de gebruiker in een context geplaatst terwijl het tegelijk verdwijnt, of zichzelf doet verdwijnen.