Kanal — A Great Good Place

Architectuurvisie van Atelier Kanal

Video
Een drone-opname van Kanal.
© Vitesse

Het is een gebouw dat zegt: gebruik mij, doe iets met mij, en laat uw sporen na.

An Fonteyne

Kanal, een third place

De voormalige Citroënfabriek, gebouwd in 1933–34 en bestaande uit een iconische showroom met daarachter een grote fabrieksruimte, is getransformeerd tot Kanal: een genereus publiek interieur gewijd aan culturele productie, waar beeldende kunst, architectuur, dans, theater, film en muziek samenkomen.

Kanal wordt een ontmoetingsplek voor de diverse buurt en de ruimere stad waarvan het deel uitmaakt. We zouden het een derde plek kunnen noemen, een begrip dat stadssocioloog Ray Oldenburg introduceerde in zijn boek The Great Good Place uit 1989 om ruimten te beschrijven waar mensen tijd doorbrengen buiten hun woning — de eerste plek — en hun werk of school — de tweede plek. Een derde plek is vertrouwd, gastvrij en toegankelijk, zonder dat mensen er aan een bepaalde activiteit moeten deelnemen of iets moeten consumeren.

Kanal nodigt burgers, organisaties, collectieven en gemeenschappen uit om zich grote delen van het gebouw toe te eigenen en in gebruik te nemen: voor productie, voorstellingen, evenementen, informele bijeenkomsten of eenvoudigweg om er tijd door te brengen. Het museum reikt verder dan gecureerde kunstpresentaties en wordt deel van de stad en haar weefsel. In die zin wijkt Kanal af van het traditionele museum en biedt het een plek voor stedelijke ontmoeting, als antwoord op het groeiende tekort aan gedeelde publieke ruimten in onze steden. Zijn straten, hallen, ateliers, bibliotheken, terrassen en galerijen vormen een aaneengesloten landschap waarin het culturele en het dagelijkse leven elkaar kunnen overlappen.

Kanal, vertrouwen in wat er al is

Kanal is een voorbeeldproject van hergebruik. Ons vertrekpunt was de voormalige Citroënfabriek zoals we die aantroffen: een bestaande structuur met een eigen schaal, karakter, sporen en mogelijkheden. Gelegen aan het kanaal en op wandelafstand van het Brusselse stadscentrum biedt een gebouw van deze omvang — 100 × 200 meter — uitzonderlijke mogelijkheden die met een nieuw gebouw moeilijk te realiseren zouden zijn. Ons voorstel vertrekt niet vanuit een spectaculair gebaar, maar vanuit een houding van Radicaal Optimisme — open en niet-dwingend, spontaan en instinctief — verwant aan de geest van moderne vooruitgang waarin het gebouw tot stand kwam. Zo geven we het oorspronkelijke gebouw opnieuw een hoofdrol in de stad.

Het interieur is een treffend voorbeeld van elegante industriële ingenieurskunst, terwijl de glazen gevels een heldere uitdrukking zijn van het vroege modernisme. Onze ambitie was om te vertrouwen op het gebouw zoals we het aantroffen en zowel zijn industriële karakter als zijn vele gebruikslagen te omarmen. Sommige delen zijn gerestaureerd, andere hersteld en verbeterd, en weer andere worden selectief vervangen waar nieuwe constructieve, klimatologische of akoestische eisen dat vereisen. We transformeren het gebouw met een lichte hand en een bewuste spaarzaamheid in middelen. Tegelijk voegen we nieuwe architecturale elementen toe die het bestaande gebouw uitbreiden en nieuwe, uiteenlopende ruimten creëren, zowel binnen als tussen de volumes.

Deze houding heeft zowel de conceptuele strategie als de detaillering gestuurd. Ze heeft onze werkmethoden, onze materiaalkeuze en onze benadering van energie, bouwen en samenwerken beïnvloed.

Kanal, een horizontaal "museum"

Een bestaand assenkruis, gevormd door 18 meter brede straten, doorkruist het voormalige fabrieks- en showroomcomplex. Met toegangen aan elk van de vier uiteinden verbinden deze straten de verschillende activiteiten van Kanal en leggen ze de verbinding met de omliggende stad.

Samen met de piano nobile — een lange, ononderbroken aaneenschakeling van ruimten op de eerste verdieping — beslaan ze bijna de helft van de totale oppervlakte van het gebouw. Ze bieden vrij beschikbare publieke ruimte die instellingen, kunstenaars en burgers zich kunnen toe-eigenen. Kanal is een horizontaal publiek interieur, met verschillende routes door zijn publieke domein en met nissen en hoeken om in rond te hangen, na te denken, te spelen, te werken of te dwalen.

De iconische voormalige showroom, gericht naar het stadscentrum, is een 24 meter hoge constructie van glas en staal en een symbool van Citroën. Hij vormt het publieke gezicht van Kanal. Als nieuw Podium voor Brussel werd de Showroom gerestaureerd en getransformeerd, zodat hij opnieuw het grootse stedelijke interieur is dat hij ooit was. Grote delen van de gevel op het gelijkvloers kunnen worden geopend om het interieur te verbinden met het heringerichte Saincteletteplein. De ruimte heeft doorgaans geen vast programma en functioneert als een overdekt openbaar plein dat plaats biedt aan installaties, performances en concerten. Op de bovenverdiepingen bevinden zich een restaurant en een groot, vrij toegankelijk dakterras met een bar en uitzicht over Brussel.

Kanal, drie huizen op maat

De bestaande autofabriek biedt een uitzonderlijk publiek volume, met een schaal en openheid die bepalend zijn voor Kanal. Daarbinnen zijn drie nieuwe huizen ingevoegd om de specifiekere constructieve, klimatologische en akoestische omstandigheden te creëren die het museumprogramma vereist.

Eén huis biedt onderdak aan gedeelde functies, zoals het auditorium en de kantoren, een tweede aan Kanal Architecture (voorheen CIVA) en een derde aan een nieuw museum voor moderne en hedendaagse kunst. De vijf niveaus van het museum bieden elk een kolomvrije tentoonstellingsruimte van 725 m². De plafondhoogten verschillen per verdieping, wat uiteenlopende scenografieën, configuraties en verbindingen mogelijk maakt. Daarnaast is er een 7 meter hoge tentoonstellingsruimte in de kelder, met een afzonderlijke toegang rechtstreeks van buitenaf, zodat deze ook zelfstandig als ondergrondse evenementenruimte kan worden gebruikt. Sommige tentoonstellingsruimten kunnen rechtstreeks met aangrenzende atelierruimten worden verbonden. Andere staan op zichzelf en kunnen profiteren van direct of indirect daglicht, met uitzicht op het kanaal en de stad daarachter. Kanal Architecture omvat tentoonstellingsruimten op het gelijkvloers, de bijzonder waardevolle archieven op verschillende verdiepingen met een raadpleegcentrum, en een stille bibliotheek naast een studieruimte en een boekhandel.

Het zal ons zeker tekenen, want het is misschien het gebouw dat het meest publiek, het meest inclusief en het meest open is dat je je kan indenken.

Philippe Viérin

Kanal, een seizoensgebonden organisme

De duurzaamheidsstrategie begint bij de keuze om het bestaande gebouw te behouden en te hergebruiken. De bestaande structuur vertegenwoordigt reeds geïnvesteerde energie en materialen, architecturaal geheugen en publieke infrastructuur. Nieuwe ingrepen worden ingezet waar ze de levensduur van het gebouw kunnen verlengen en de prestaties ervan verbeteren.

Het uitgestrekte industriële dak is voorzien van hoogwaardige isolatie en 4.000 m² zonnepanelen. De 425 meter lange gevel van glas en staal van de fabriek is zorgvuldig gerestaureerd en geoptimaliseerd met vacuümglas en opengaande ramen die natuurlijke ventilatie mogelijk maken. De energiestrategie, ontwikkeld met Buro Happold en Bureau Greisch, gaat uit van drie klimaatzones. Het grote publieke interieur (54% van de oppervlakte) biedt seizoensgebonden comfort: een ruimte zonder vast programma, vol daglicht en frisse lucht. De twee nieuwe tentoonstellingshuizen (21% van de oppervlakte) bieden de nauwkeurig geregelde klimaatomstandigheden die nodig zijn voor het tonen en bewaren van kunst. Tussen deze uitersten liggen beglaasde galerijruimten die als thermische buffers fungeren en de energie-efficiëntie van het hele gebouw verbeteren.

Kanal, gedeeld auteurschap

Met Kanal wordt het gangbare model van een gebouw dat de signatuur draagt van één architect ter discussie gesteld. Atelier Kanal is een architectenpraktijk die werd opgericht door drie bureaus — EM2N, noAarchitecten en Sergison Bates architects — die onder één naam samenwerken. De architectuur en de interieurs zijn ontworpen en gerealiseerd vanuit een gedeeld auteurschap. Atelier Kanal is altijd in Brussel gevestigd geweest en werkte de eerste twee jaar vanuit de Citroënfabriek zelf, in nauwe samenwerking met de opdrachtgever, de Stichting Kanal.

Dit open en gezamenlijke ontwerpproces werd voortgezet in het ontwerp en de ontwikkeling van het op maat gemaakte Kanal-meubelsysteem, dat compatibel is met het maatsysteem van Open Structures, en in het kleurconcept voor het schilderwerk, ontwikkeld in samenwerking met kunstenaar Sarah Smolders. Atelier Kanal nodigde ook Chevalier Masson uit om bijzondere gordijnen te ontwerpen, Jan Minne om de neveltuin binnenin het gebouw te creëren en Cartlidge Levene om de bewegwijzering en signalisatie te ontwikkelen. Het idee van het gebouw als forum voor ideeën en gedeelde ambities werd verder doorgetrokken door andere ontwerpers opdracht te geven voor de inrichting van de leeszaal en de boekhandel, het restaurant, de brasserie, de culturele markt en een kinderspeelplaats. Kanal is dan ook niet het werk van ‘één hand’, maar per definitie van ‘meerdere handen’, geleid door de gezamenlijke visie van Atelier Kanal en de Stichting Kanal. Dit creatieproces is uitdrukkelijk bedoeld om door te gaan nadat de ontwerpers het podium hebben verlaten. Kanal nodigt kunstenaars, curatoren, burgers, bezoekers en medewerkers uit om het gebouw telkens opnieuw te programmeren en te doordenken, inspelend op veranderende behoeften en toekomstige mogelijkheden.

Kanal laat zien hoe architectuur de museumtypologie opnieuw kan uitvinden: niet alleen als plek voor kunst, maar ook als podium voor de stad en haar burgers. Het is niet de eindtoestand van de voormalige Citroënfabriek, maar haar volgende gedaante: vernieuwd zonder uitgewist te zijn, met precisie vormgegeven zonder alles vast te leggen, en open voor verdere transformatie.

Kanal is een uitnodiging aan Brussel om het gebouw samen te bewonen, zich toe te eigenen en te verbeelden.

Een bijzonder goede plek.
September 2026

Atelier Kanal: EM2N, Sergison Bates architects, noAarchitecten.
Partners: Stephen Bates, Mark Tuff (Sergison Bates architects), Daniel Niglli, Mathias Müller (EM2N), An Fonteyne, Jitse van den Berg, Philippe Viérin (noAa).