Mini-oefeningen in het ervaren van de wereld

Focus op David Helbich

Longread
Iemand met een zwarte outfit en een neon gele rugzak staat in de hoek van een lege, blauw verlichte kamer.
'If you enjoy this, do it twice' - Scores for the Body, the Building and the Soul, for the Palais de Tokyo, Paris 2015 © David Helbich

David Helbich is gedurende de volledige duur van It Never Ends aanwezig met een serie performances, interventies en instructies voor self-performances. Een gesprek met de Duitse, in Brussel wonende en werkende kunstenaar.

Hoe ben je van je opleiding als muziekcomponist tot je huidige erg diverse en transdisciplinaire praktijk gekomen? 

Ik heb inderdaad compositie gestudeerd. Ik kom uit een muzikale familie maar ook de andere kunsten waren altijd erg aanwezig. Mijn interesse in muziek liep van kindsbeen af parallel met een interesse in beeldende kunst en performatieve kunsten. Al in mijn opleiding was ik gefascineerd door het absurdistische van DADA. In één van mijn allereerste werkjes verving ik het geluid van de schoolbel door allerlei geluiden die ik had opgenomen met mijn taperecorder. Ik begon ook al vroeg de bewegingen van de muzikanten in mijn composities te verwerken. Begin 2000 schreef ik de HALLO Series, vijf korte stukken voor gitarist Tom Pauwels. De vijf delen werden steeds lichamelijker. In het laatste stuk moest de gitaar op de grond worden gelegd en bleven alleen de bewegingen van de gitarist over. Het eindigde dus als een stuk voor air guitar. Door mijn verhuis naar Brussel kwam ik steeds meer in dans- en bewegingstheater terecht. Mijn praktijk verbreedde zich tot performatieve acties die ik begon neer te schrijven als partituren, scores. Ik bleef dus componist maar muzieknotatie en klassieke muziekinstrumenten werden steeds meer vervangen door ander materiaal. Op een bepaald moment begon ik ook in te zien dat de beweging van het publiek onderdeel was van de compositie en essentieel om de performance te ervaren. Ik noemde het de audience turn in mijn werk. Ik wilde invloed uitoefenen op de sociale beweging. Ik liet steeds meer andere elementen vallen en concentreerde mij op de situatie van ‘mensen in een ruimte’ en wat er kon ontstaan. Ik zette mensen in beweging, liet hen stappen, niet zozeer als een choreografie maar meer als ervaring van de ruimte. Architectuur en de publieke ruimte werden steeds belangrijker. Ik creëerde Walks, Audio-guides en andere Scores. Mijn werk draaide steeds minder om representatie en steeds meer om het meemaken en mee maken van iets.  

In je werk valt inderdaad het interactieve erg op. Een passief publiek is niet langer aan de orde. 

Ik noem het liever intro-actief. Ik wil iets in beweging brengen bij het individu. Het gaat mij niet zozeer om het direct sociale of gezamenlijk participatieve. Wat ik in beweging wil brengen is niet noodzakelijk zichtbaar. Ik zoek een plekje bij de deelnemer dat ik niet langer zelf controleer. Mijn Scores zijn eenvoudig en precies, maar uiteindelijk doen de mensen er mee wat ze willen. Het intro-actieve moment is dat waarop het publiek niet langer op iets wacht maar zelf initiatief neemt, zelf verantwoordelijkheid neemt. Waarmee ik niet wil zeggen dat een publiek dat op een stoel zit en luistert en kijkt niet actief is, maar ik wil een stap verder gaan. Het komt misschien door mijn ervaring in de hedendaagse muziek. Veeleisende, hermetische, dikwijls lang durende stukken kun je niet louter benaderen vanuit een zoeken naar esthetisch genot. Dan hou je het niet vol. Je moet je er op een andere, meer actieve, fysieke manier in engageren. Het is een soort innerlijke bereidheid die de luisteraar zelf moet ontwikkelen. Uiteindelijk wordt het een soort yoga voor de oren. De hedendaagse muziek heeft mij geleerd om het publiek heel ernstig te nemen als actief co-creator van kunst. Het gaat me daarbij niet zozeer om de radicaliteit van mijn opzet maar vooral om de helderheid ervan. Als ik iets kan strippen tot zijn naakte essentie dan kan ik plots opnieuw met iedereen communiceren. Dan moet je geen kunstkenner zijn, of gestudeerd hebben, dan ontstaat er voldoende ruimte voor iedereen om er zelf iets mee te doen. Helderheid creëert bereidheid. Op zo’n moment willen mensen heel graag iets ongewoons ervaren of zich op onbekend terrein wagen. Toegankelijkheid is in die zin geen compromis. Eerder het tegendeel. Ik communiceer mijn concepten vaak op een vrolijke, speelse manier maar net dat laat mij toe het publiek een absurdistische, fenomenologische ervaring te bieden.  

In je werk is er ook steeds sprake van een zekere framing. Door het publiek naar dingen te laten kijken of luisteren in een bepaald kader verruim je als het ware hun bewustzijn.  

Het conceptuele idee van framing is mij inderdaad dierbaar. Ik ben misschien wel het meest bekend om mijn fotoreeks Belgian Solutions. Ik bied daarin een kader aan om naar absurde details te kijken in de publieke ruimte. Ik wijs niet direct naar wat er te zien is. Het gaat om de transformatie van de dingen binnen het aangeboden kader. Ik sta als het ware ten dienste van de verzamelaar van indrukken en ervaringen. Ik ben ook al lang niet meer de enige fotograaf in de reeks Belgian Solutions. Iedereen kan eraan bijdragen. De natte droom van een conceptueel werk is dat uiteindelijk alleen de titel overblijft en iedereen daaraan genoeg heeft om er mee aan de slag te gaan. Je kan al mijn werken zien als gidsen voor ervaringen. Ze tonen dingen die er al zijn. In mijn reeks  
No Music bied ik muzikale ervaringen aan zonder muziek te spelen. Eenvoudige manipulaties zoals je handen achter of voor je oren plaatsen of met je wijsvingers je oren open en dicht duwen, laten je toe het geluid, dat er al is, intensiever te ervaren. De Echo Ovation die ik bij de opening van de Armleder-expo ga doen, werkt op een gelijkaardige manier. Ik organiseer een collectieve schreeuw verspreid over de showroom en voeg hiermee akoestisch wel iets toe, maar het echte materiaal, de vijf verdiepingen en hun verbindingen, dat is er al. Het schreeuwen heeft als voornaamste bedoeling om de verticale akoestische realiteit van de showroom in de verf te zetten. Het schreeuwen zou in principe niet eens nodig moeten zijn voor de ruimtelijke klankervaring maar ik geef daarmee het ongeoefende oor wel de kans om erop in te zoomen.  

Je maakt voor de showroom ook een nieuwe versie van je Scores for the Body, the Building and the Soul, instructies voor self-performances. Waarom moeten we met z’n allen die Scores ook gaan uitvoeren? Wat staat ons te wachten? 

Met deze Scores nodig ik mensen uit om aan de hand van enkele instructies eenvoudige performances uit de kunstgeschiedenis na te doen, ergens in het gebouw. De eerste en misschien wel belangrijkste reden om de performances ook effectief zelf uit te voeren is simpelweg omdat het helemaal iets anders is dan het je alleen maar in te beelden om het te doen. Er zal echt iets onverwachts gebeuren ook al denk je, door de eenvoud van de opdracht, al vooraf te weten wat er gaat gebeuren. Je moet je ook ergens overheen zetten om het te doen. Je bent tegelijkertijd performer en publiek: jij kijkt naar anderen, anderen bekijken jou. Maar de ervaring die het jou oplevert is ook de beloning voor de durf die je getoond hebt. Durf is in de performancekunst altijd een belangrijk element geweest. Hier gaat het natuurlijk niet om het grote risico maar eerder om een soort ‘mini-durf’ om bijvoorbeeld een keer luid te roepen in een ruimte waar anderen staan die zich er helemaal niet aan verwachten. Ik bied mensen een soort vrijheid om ‘het eens te doen’, een vrijheid buiten de klassieke gebruiksmodus van dingen. Het biedt je ook een kans om een andere relatie met het gebouw aan te gaan. Je zou het naar analogie met tree hugging een soort showroom hugging kunnen noemen. Je ervaart het gebouw anders door het aan te raken, het te voelen. Je kan de Scores bekijken als mini-oefeningen voor mensen om op verschillende manieren in relatie te treden met de wereld.  

Interview door Guy Gypens 

Gerelateerde producties

It never ends

John M Armleder & Guests

Op metalen rekken staan allerlei spullen, zoals muziekinstrumenten, elektronica, vazen en kunstkerstbomen in verschillende kleuren; rechts op de vloer staat een versierde boom.
© Annik Wetter
Tentoonstelling Kunst
—

Voorbij