Protocols for opening the museum
Kanal is ontworpen als "een verlengstuk van de stad". De helft van het gebouw zijn vrij toegankelijke publieke ruimtes, waardoor de buitenwereld naar binnen wordt gehaald en nieuwe mogelijkheden ontstaan voor ontmoetingen met kunst en met elkaar. Maar wat betekent het voor een nieuw museum in Brussel om echt open, gastvrij en toegankelijk te zijn? Mensen stuiten vaak op zichtbare en onzichtbare drempels wanneer ze culturele instellingen binnenstappen. Kan 20 000 m2 openbare ruimte een alternatief bieden? Wie voelt zich hier welkom? Wie niet?
- Datum
- 2026-2029
In het openingsjaar van Kanal start het eerste onderzoek binnen Protocollen voor de opening van het museum met een eenvoudige vraag: hoe open je een culturele instelling?
Een groep kunstenaars reageert op deze vraag met een confetti-explosie, een fontein met gefilterd water en een locatiespecifiek schilderij dat zich uitstrekt over 145 stalen kolommen doorheen het hele gebouw. Andere werken nemen de vorm aan van een film, een digitaal enquête en een reeks collectieve in- en uitademingen als alternatief voor het Belgische volkslied. Elders wordt de vraag belichaamd door een koor van megafoons of een reeks instructies voor bezoekers om het gebouw voor de eerste keer te ontdekken.
De kunstenaars die deelnemen aan dit eerste onderzoek zijn Apparatus 22, Ei Arakawa-Nash, Hans Haacke, Sharon Hayes, Valentina Magaletti, Sarah Smolders Ingel Vaikla, David Weber-Krebs en Alexander Schellow. Bezoek de detailpagina’s van de verschillende projecten om meer te weten te komen.