It Never Ends

Interview met John M Armleder

Longread
John M Armleder zit op een stoel
© Collier Schorr – Brioni Fall Winter 2015

Spectaculaire installaties, pop-up performances, grote en uiteenlopende schilderijen, uitgegeven multiples, muurschilderingen en conceptuele initiatieven… John M Armleder gaat zo vrij te werk dat wie hem in een hokje probeert te duwen eraan is voor de moeite. Een ontmoeting met een kunstenaar-katalysator die voor Kanal-Centre Pompidou een tentoonstelling op poten zette die zijn inclusieve, vloeiende en open aanpak perfect illustreert. Een artistieke visie die collectief, vriendschappelijk en verbonden wil zijn. Discreet en toch met een onmiskenbare invloed op hele generaties kunstenaars. 

It Never Ends draait voornamelijk rond twee soorten ingrepen: Grote werken, gemaakt op schaal van de verdiepingen van de showroom, en een reeks ruimten opgebouwd om een programma van tentoonstellingen van gastkunstenaars in onder te brengen. Hoe ben je tot die structuur gekomen? 

Ik werk altijd volgens de logica van de locatie en van de mensen die me vragen een tentoonstelling te concipiëren. De plaats is belangrijk. Een white cube is bijvoorbeeld meteen ‘perfect’. Er werken installeren is bijna jammer, want de ruimte op zich is al perfect. Maar KANAL is zo uniek dat je zin krijgt om de ruimte op een heel andere manier in te richten, en niet om ze te decoreren. Dit impliceert een zeker presentatiemechanisme en een zin om rond te zwerven. En in ons geval betekent dat veel omzwervingen. Want het gebouw heeft hellingen tussen de verdiepingen en constructies die je kunt betreden, zoals die stelling aan de ingang, waarmee je naar de eerste verdieping kunt… De structuur van een ruimte reikt al een interpretatie aan, nog  vóór je de tentoonstelling hebt gezien. 

Het project vloeit trouwens voort uit een mix van vrijheid en beperkingen. Dat is als het ware de definitie van deze locatie en de mogelijkheden die ze biedt. KANAL op zich heeft zijn beperkingen, die aanleiding geven tot het scheiden van de ruimten, die we opnieuw kunnen interpreteren. Ik stelde dus voor om boxen te creëren, gesloten expositieruimten, op de verdiepingen van de showroom. Ze hebben twee functies: de ruimte opsplitsen en de werken in de boxen beschermen, want dit is geen museum. Zodra deze bescherming was gebouwd, bogen we ons over de rest van de ruimte. We tonen er de werken die eenvoudigweg niet beschermd moeten worden. Ze zijn nogal groot en nemen de ruimte op een vrijere manier in.   

We hadden dus al een opsplitsing van de werken, nog voor we het over de inhoud hadden. Ik weet trouwens niet of er al van in het begin sprake was van inhoud in mijn initiatieven. Ik hou mijn werk liever gespeend van tekst en beperkingen voor het begrijpen van de werken. Zoals Marcel Duchamp en John Cage ben ik van oordeel dat de gebruiker het werk creëert. Het parcours van deze tentoonstelling volgt die logica tot in het extreme. Wanneer je een museum bezoekt, zal de persoon die naast je staat een schilderij sowieso anders zien dan jij. En in It Never Ends zullen de mensen die door deze ruimte wandelen mijns inziens elk een compleet andere belevenis hebben.  

De tentoonstelling is ook rijk aan contrasten. Zilver, goud en licht bieden tegenwicht aan de hardheid en het ruwe, donkere karakter van deze plek… 

Dit was al een presentatieruimte, nog vóór wij er een tentoonstelling in inrichtten. Het was ooit een showroom van Citroën, waar objecten en meer bepaald auto’s werden getoond. Dit is in mijn ogen al een heel programma. Het contrast waar jij het over hebt, bestond toen al, in die mix van brutaliteit en kostbaarheid. Dat komt omdat deze ruimte aanvankelijk werd ingericht voor auto’s en niet voor kunstwerken. Het was een uitstalraam, maar geen kluis. Wij nemen dat eigenlijk gewoon over, maar dan anders.    

We maakten trouwens een gat in de muur tussen de tentoonstellingsruimten en de werf erachter, de voormalige garage waar de auto’s werden gemaakt en nu omgebouwd wordt tot museum. De bezoekers krijgen tegelijk een beeld van de ruimte waar de auto’s werden geproduceerd en de ruimte waar ze werden gepresenteerd, de showroom die zich nu tot tentoonstellingsruimte ontpopt. Je kunt het vergelijken met een bakkerij waar je de keuken ernaast kunt zien, en waar gebakjes op plateaus worden geplaatst om die vervolgens naar de toonbank te brengen.  

It Never Ends is ook een landschap waarin je een constellatie van werken, performances en concerten van andere kunstenaars opvoert. 

De demonstratiestrategie is meer dan een voetstuk om het werk te tonen. Het is één van de materialen van het werk. Toen ik de ruimte zag, dacht ik meteen dat, wat ik ging voorstellen, een drager moest zijn voor wat de anderen creëren en voor wat me interesseert. De keuze van de kunstenaars, van de betrokken personen en de getoonde opvoeringen is niet naïef. Ze hebben verhalen. Wie de tentoonstelling ziet, zal merken dat er een zekere toe-eigening zit in de manier waarop ik met deze werken aan de slag ga. Het is iets wat me altijd heeft geïnteresseerd, op zoveel verschillende manieren.  

Maar ik nodig niet eender wie uit. En tegelijkertijd maakt dit project dat ik een bijna vooropgezet idee heb van wat de gastkunstenaars zouden kunnen doen. Je zou kunnen zeggen dat het project iets  pervers  heeft. Maar ik heb nooit, zelfs niet toen ik kind was, het verschil gezien tussen het presenteren van mijn eigen werk en het presenteren van andermans werk. Daar ging het bij Ecart om, net als bij wat ik eerder heb kunnen doen*. Er zijn kunstenaars die dit niet verdragen, omdat het een manipulatie zou zijn, alsof je manipulatie in het algemeen kunt vermijden… Zodra je met iets naar buiten komt, kan alles en iedereen je manipuleren. En als je dat niet laat gebeuren, dan verlies je volgens mij iets.  

In mijn artistieke visie is er ook geen scheiding tussen genres. Als je een performance maakt, gaat dat precies zoals wanneer je een schilderij maakt. Voor de toeschouwer is dat hetzelfde. Voor de ‘maker’ is het iets moeilijker om dat te zeggen, omdat er wel degelijk een verschil is tussen een publiek hebben en werken in je atelier. Maar misschien maken we onszelf wel wijs dat het anders is?   

De opeenvolgende tentoonstellingen die je bedacht, schetsen een persoonlijk territorium. We ontdekken er je vrienden, je invloeden en je samenwerkingen.  

Dit weerspiegelt de manier waarop ik altijd al heb gewerkt, al sinds de eerste openbare events die ik in de jaren zestig organiseerde met de vrienden die ik leerde kennen op mijn twaalfde, toen we roeiden. We deden toen al alles samen.  Sindsdien ben ik mensen waarvoor ik echt sympathie voel, zowel persoonlijk als esthetisch, blijven samenbrengen. In It Never Ends ontdek je voor het grootste deel kunstenaars waarmee ik een deel van mijn parcours deelde. Of misschien deelden zij hun parcours wel met mij… Maar dat wil niet zeggen dat we hetzelfde denken, dezelfde filosofie of bedoelingen hebben. Integendeel. Met ouder te worden weet ik trouwens niet meer wat die bedoelingen zijn. Alles vervaagt. En het is misschien daarom dat het nooit gedaan is…  

Waar komt de titel van de tentoonstelling eigenlijk vandaan? 

De tentoonstelling steunt op het idee dat er geen sluiting is. Het is geen demonstratie of affirmatie van wat dan ook, tegen wat dan ook. Het is ook geen presentatie van een vooruitgang, suggererend dat we ergens zijn aangekomen en daarna ergens anders naartoe gaan. Nee, wat wij doen, is gewoon een platform bouwen om nog meer vragen te kunnen stellen.  

It Never Ends draait ook rond de vaststelling dat we eigenlijk altijd maar hetzelfde overdoen. Wanneer jij een schilderij maakt, heb je er in het verleden vast veel meer gemaakt. Duizenden andere mensen hebben vóór jou ook schilderijen gemaakt, en anderen zullen dat ook na jou doen. Er is niks nieuws. Het is vreemd hoe wij een elementaire voorzichtigheid aan de dag leggen, waardoor we de neiging hebben naar onbekend terrein te reizen, ook al zijn we eigenlijk aan het verkennen. De uitvinding is een totale illusie, maar voor velen is het een motor, een dynamiek. Ik hou van de volgende zin. Hij klinkt misschien wat raar, maar voor mij klopt het: Plus ça change, plus c’est la même chose (hoe meer iets verandert, hoe meer het hetzelfde blijft). Ik gebruikte hem trouwens als titel voor een tentoonstelling in 2018 in Bolzano, die over mijn werk ging.  

It Never Ends herinnert er ook aan dat de tentoonstelling oneindig is, of toch op zijn minst onvoltooid… 

Niets is voltooid, want It Never Ends zal duizenden keren worden voltooid door de bezoekers. En we weten niet hoe. Wat mij interesseert wanneer ik een tentoonstelling maak, is een platform uittekenen waarop de gebruikers zich objecten eigen kunnen maken. Toch is het interessant om te beseffen dat het me niet echt uitmaakt wat de mensen denken, want ze hebben volgens mij altijd gelijk. Op mijn leeftijd hebben al zoveel mensen geïnterpreteerd wat ik doe, en iedereen had gelijk. Ik vond het absurd te klagen over een verkeerde interpretatie van mijn werk. Ik heb zelf geen goede interpretatie. En trouwens, ze verandert regelmatig… (lacht).   

Interview door Yann Chateigné 

Gerelateerde producties

It never ends

John M Armleder & Guests

Op metalen rekken staan allerlei spullen, zoals muziekinstrumenten, elektronica, vazen en kunstkerstbomen in verschillende kleuren; rechts op de vloer staat een versierde boom.
© Annik Wetter
Tentoonstelling Kunst
—

Voorbij